De opperbevelhebber en keizer L. Sept. Sev. Pius, Pertinax, overwinnaar van de Arabieren, Adiabener en Parthen, Maximus, hogepriester, voor de negende maal in het bezit van de tribuniciaanse macht, voor de twaalfde maal consul, Vader des vaderlands, proconsul en keizer M. Aurelius, Pius, Augustus, voor de vierde maal in het bezit van de tribuniciaanse macht, proconsul alsook P. P. Sept. Geta, hebben de door de ouderdom aangetaste mijlpaal hersteld, waarbij M. Iuventius, legaat met proprätorische macht het toezicht voerde. De afstand tot Agunt bedraagt 67 mijlen.
De mijlpaal van de Romeinse keizers Septimus Severus, Caracalla en Geta werd in het jaar 1928, westelijk van Ehrenburg aan de voet van de Hinterbühel in een veldmuur ingemetseld aangetroffen.
De Romeinse weg voert langs de mijlpaal (uit lokaal kwartsfyliet), die de volgende afmetingen heeft:
Totale hoogte: 1,95 m
Bovenomtrek: 1,54 m
Middenomtrek: 1,71 m
Onderomtrek: 1,89 m
Het schriftvlak is 82 cm hoog en 74 cm breed bij een gemiddelde letterhoogte van 4 cm; gedateerd 201 n. Chr. Er wordt de afstand van Aguntum vermeld, in de nabijheid van de huidige stad Lienz.